 KTM 990 Superduke Godverdegodver! Turend op het schermpje probeer ik te ontdekken waar de zaak van Eddy Lemmens nou exact ligt. Ik ben de finishvlag (het pictogrammetje dat symbool staat voor mijn bestemming) al 2 maal gepasseerd maar ik zie de motorzaak nog steeds niet. Terwijl ik voor de 3e keer langzaam de Kruisstraat afrijd valt mijn oog op een niet al te groot reclamebord van KTM. Meteen ga ik op de rem staan omdat ik bang ben dat ik het bord weer uit het oog zal verliezen. Prompt word ik getrakteerd op een claxon-concert van de, toch al geïrriteerde, medeweggebruikers achter me. Bohhh, terwijl ik in mijn achteruitkijkspiegeltje kijk zie ik dat het niks had gescheeld of ik had het merkembleem van een Audi, als brandmerk, op het kontje van mijn bolide van spaanse komaf gehad.
De kennismaking
Een smal gangetje geeft toegang tot de parkeerplaats van de motorzaak. Vlak bij de ingang van de zaak staat een uitnodigend tuinsetje. Een stukje verderop doet een schilder z’n best om de ramen van een mooi egaal laagje grijs te voorzien. Wit hoedje op, de tong een beetje uitgestoken en in de mondhoek gepositioneerd. Een echte vakman, die herken je meteen. Terwijl ik uitstap hoor ik achter me luid getimmer. Zoekende naar de bron van het geluid zie ik een dakdekker druk in de weer met panlatten en dakpannen. Het is het ideale weer om te klussen want het zonnetje schijnt er vrolijk op los. De woning van de baas wordt kennelijk in een nieuw jasje gestoken en tussen de bedrijven door wordt de motorzaak ook nog gerund.
De zaak zelf is nogal bescheiden van afmeting maar alles lijkt aanwezig. Motoren, helmen, kleding, accessoires, alles ademt de sfeer van Motocross en Off the Road. Een tikje rommelig maar o zo gezellig. De balie met krukken toont grote overeenkomsten met een bar en volgens mij is dat ook zo bedoeld. Ik voel me meteen thuis. Jeugdsentiment steekt de kop op. Het lijkt inmiddels in een vorig leven te zijn geweest dat ik menig uurtje op het crossterrein heb doorgebracht. Iedere keer weer diezelfde jump oefenend en iedere keer weer proberen om een halve meter verder neer te komen. Of constant proberen om je crossmaatjes af te troeven met een net even steilere of langer durende wheelie. Jaja, those were the days...
Inmiddels is Eddy naast me komen staan. Ook hij ademt motocross. Het gesprek loopt als vanzelf en het klikt meteen. Eddy blijkt een leeftijdsgenoot te zijn die in dezelfde periode als ik de crossterreinen onveilig heeft gemaakt. Met dat verschil dat hij wedstrijden reed en ikke, vanwege geldgebrek, niet. Na een half uurtje kappen we het gesprek af want ik ben natuurlijk naar Veldhoven gekomen om te rijden. De SuperDuke ligt aan een zware ketting midden in de zaak. Behoedzaam manouvreert Eddy het oranje gevaar naar buiten. Met 1 druk op de knop komt het LC8 blok tot leven. Hees en rauw rochelt de 2-pitter nukkig op de binnenplaats. Als service draait Eddy eerst zelf een kort rondje met de Duke. Bij terugkomst grijnst hij naar me en vertrouwt me toe dat de rit hoogstwaarschijnlijk niet zal tegenvallen omdat het ding “loopt als een dikke crosser”. Hahaha, dat hoor ik graag. Met brede zwarte elastiek wordt de groene plaat goed bevestigd. Zo goed dat het kenteken zelf bijna niet meer te lezen valt. Ik knik goedkeurend en grijp in m’n binnenzak. Verbaasd kijkt Eddy me aan als ik hem mijn rijbewijs wil geven om er een kopietje van te maken. “Neuh jonge, da’s nie nodig”, hoor ik hem zeggen. “Bij mij gaat dat op vertrouwen, als jouw gezicht me niet had aangestaan dan zou ik je geen testrit hebben laten maken hoor”. Eddy loopt weg richting z’n dakdekker, mij enigzins verbaasd achterlatend. Dit heb ik nog niet eerder meegemaakt. Vlug stop ik mijn papieren weer weg en met een brede grijns op m’n gezicht neem ik plaats op de buddy. Ik start de motor en draai speels aan het gas... WWENNNGGGGGGG...de Duke reageert uiterst giftig. WOWWW, de rillingen lopen nu al over m’n rug. Dit wordt kicken dadelijk!
De eerste meters
Bij wijze van hoge uitzondering gaat het voorzichtig richting het smalle gangetje. Een heftruck en vrachtwagen zijn daar net bezig om dakpannen en meer van dat spul uit te laden. Tijdens het manouvreren smoor ik de motor net iets te veel en de Duke slaat af. Godver... de Duke rolt nog wat uit en ik probeer ‘em meteen weer aan de praat te krijgen. De startmotor slaat even rond en meteen maakt de starterskrans een krijsend geluid wat me door merg en been gaat, KKKRRRIIIIIIIIIIIIIIIIEEEEEEEEEEEE...... Oeps... heb ik nu al iets kapot gemaakt??? Ik zie iets boven me bewegen en ik ontdek de koppies van de dakdekker en van Eddy. “Gewoon doorstarten” wordt er van boven geroepen. Gehoorzaam volg ik die instructie op en dit keer geen gekrijs meer maar een tevreden rochelende twin.
Ik draai de openbare weg op en oude tijden lijken te herleven. Door de rechte zit en het ultra-directe stuurgedrag, wat zich direct bemerkbaar maakt tijdens de eerste bochtjes, waan ik me weer op mijn crossertje. Snel, licht, wendbaar en onaantastbaar. Eerst effe de boel goed op temperatuur laten komen. Zonde om zo’n fiets meteen de sporen te geven. Zelf wil ik ’s ochtends ook altijd eerst een bakkie troost achter de kiezen hebben voordat ze me lastig mogen vallen met werk.
De Duke is een mooi gebouwde fiets waarop ik met mijn 1,75 m. goed met mijn ledematen wegkom. De knietjes zijn niet extreem gebogen en je ellebogen worden ietjes naar buiten toe gedrukt. De zithouding is actief maar desondanks lekker relaxed. Het brede Renthal stuur geeft je de wendbaarheid en controle die je wilt bij een supersportieve radicale Naked als deze. Door de compacte en vrij korte bouw (gelukkig niet zo kort als op een Buell Lightning) heb ik wel het idee dat je niet al te lang mag zijn (< 1,85 m.) voor de Duke. Anders krijg je al snel het effect van een volwassen kerel die op een kinderfiets zit. Na mijn testdrive nam een ietwat langere biker de Duke van me over en het beeld dat toen op mijn netvlies werd geprojecteerd vond ik dus esthetisch onverantwoord. Maar goed... da’s mijn persoonlijke mening, laat je daardoor als potentiële koper vooral niet van de wijs brengen.
Evil Knievel
Inmiddels voel ik de hitte van het blok door mijn spijkerbroek heen (sorry Gafif) en besluit dat het tijd is om de Duke te laten zien wat ie waard is. Eerst even van de hoofdweg af want op de rechte weg valt er natuurlijk weinig te beleven. Ik duik de eerste de beste zijstraat in. De Duke gaat verrassend makkelijk plat. Bij het uitkomen van de bocht geef ik een lel gas bij en reageert ie, precies zoals ik dat wil: enthousiast tilt ie z’n 48 mm. dikke Upside-Down vork hoog op alsof de weg de hemel in reikt, JIHAAAAAA!!! Het neerkomen gaat dachtzij de WP-techniek zijdezacht en gretig vervolgen we onze weg.
Blij verrast constateer ik dat het decor er ineens drastisch mooier uitziet, schilderachtig welhaast. Door puur toeval ben ik een brede, schaduwrijke verbindingsweg ingereden met dikke bomen links en rechts naast de weg. Het gas gaat er vol op en de hese roffel gaat over in een agressief gekrijs. De Duke sleurt me met een soort oergeweld tussen de bomen door en de zon, die er af en toe in slaagt om tussen de bomen door te schijnen, verlicht mijn vizier met vlagen als een stroboscooplamp. De 6 versnellingen laten zich met de exactheid van een zwitsers uurwerk inleggen. Klak, klak, klak, geen gehaper maar iedere keer weer dat korte, trefzekere inleggen van iedere versnelling. Dit geldt overigens ook voor de vrijstand. Zelfs onder vollast geeft de bak geen krimp. Op- en terugschakelen gaat perfect, zelfs zonder koppeling. Het is duidelijk dat deze bak, gedurende de ontwikkelingsfase, de zwaarste beproevingen heeft moeten doorstaan en de jarenlange ervaringen in het zwaarste terrein zijn succesvol vertaald naar de weg.

Veldhoven blijkt bezaaid te zijn met verkeersdrempeltjes en lichtelijk bevooroordeeld interpreteer ik ze aanvankelijk als onwelkome obstakels. Nadat ik er echter 2 of 3 genomen heb, blijkt dat deze drempeltjes extreem goed weggedempt worden door de WP suspension. Hhhmmm.. effe testen wat WP tegenwoordig voor kwaliteit in huis heeft. Het volgende drempeltje wordt op snelheid, staand genomen. Even een schokje maar de Duke blijft onverstoorbaar op koers. Niets aan de hand. De daaropvolgende drempeltjes worden telkens wat sneller genomen en bij de laatste komt de Duke zelfs even los van het asfalt. Heeeeeeeejjj, maar dit is leuk. Ik ga op zoek naar nog meer verkeersdrempels. Een paar bochtjes verder rijd ik langs een parkje. Ik passeer een kruising en in een flits zie ik rechts van me een mooi stukje asfalt liggen. De 4-zuiger Brembo remklauw in het voorwiel wordt stevig aangesproken en meteen staat de Duke op z’n neus. Omdat hij achter onverwachts iets hoger loskomt dan ik had verwacht bij deze snelheid, schuif ik ongewild naar voren op het gladde zadel. Door het verrassingseffect vergeet ik de voorrem te lossen en de achterkant komt met een harde klap neer. Omdat de tank vanaf het zadel zo steil omhoog loopt kan ik niet voorkomen dat mijn familiejuwelen een behoorlijke optater krijgen… OEMMMPPPPFFFFFF... Geschrokken kijkt een wandelend ouder echtpaar in mijn richting. Hun blik verraadt iets van afkeuring en ik zie de lippen van de oude man bewegen. Gezien mijn beperkte liplezende vermogens kan ik enkel gissen naar hetgeen het manneke me toewenst, maar ik gok op ‘idioot!!!’. Ik morrel wat aan het cockpitje en probeer aldoende de verlammende pijn in mijn kruis voor de buitenwereld te verdoezelen. Met een schuin oog houd ik het echtpaar in de gaten en ik zie hoe ze een paadje oplopen en uit het zicht verdwijnen. Hehe! Nu kan ik eindelijk even ongegeneerd checken of beide knikkers nog op de juiste plek aanwezig zijn…
 De weg is verlaten. Mijn spijkerbroek schuift over de buddy naar achteren en m’n linkervoet drukt het schakelpookje in z’n 1. Ik ga op de tank liggen en draai het gas VOL open. De Duke springt naar voren als een Texaanse ratelslang die z’n giftanden in een buidelrat wil zetten. Pas bij 9000 tpm. hervindt de Pirelli Diablo het contact met de weg waarna hij een fractie later vol tegen de begrenzer aanloopt. Zonder de koppeling in te knijpen gaat het nu door naar de 2 en het gas gaat weer tegen de stuit. De Diablo neemt wederom kort afscheid van het warme asfalt. De eerste drempel komt eraan. Hij oogt steiler dan al die andere die ik vandaag heb gezien. Voor de zekerheid ga ik op de steps staan en vlak voor het bultje druk ik eventjes de voorvork in en laat de koppeling slippen. De Duke beloont deze actie met een mooie ‘Take-Off’, heel even kom ik met beide wielen los van de grond. Ik kan een brede grijns niet onderdrukken. De daarop volgende drempels worden, als waren het mini-springschansjes, in dezelfde stijl genomen en ik geniet met volle teugen. Dit rijwielgedeelte is echt dik voor mekaar.
Het lijkt wel of ze deze bike, kort voor mijn testdrive, een Viagrapil hebben gevoerd. Dit is dus het echte strakke plasser werk. Knallend van drempel naar drempel en van bocht naar bocht. Alles en iedereen vermorzelend qua acceleratie en brute power. Onvermoeibaar ook zoals de vermogensafgifte van het blok verloopt. Vanaf, pak ‘em beet, 2000 tpm. pakt ’t watergekoelde V-Twin blok goed op en sleurt je met overtuiging door het complete toerenbereik. Pas als de begrenzer de stekker eruit trekt, bij 9500 tpm., komt er een einde aan deze uitbarsting van geweld. Iedere keer weer tilt de Duke zijn voorwiel op en ik moet vaker dan eens van het gas af om nog net op tijd een bochtje te kunnen pakken. VERSLAVEND!!! Wat een heerlijk blok is dit toch.Dit is echt een motor voor iemand die compleet schijt heeft aan zijn rijbewijs. Iedere keer weer daagt ie je uit om de relschopper in ‘em wakker te schudden en tot het uiterste te gaan. Het overige verkeer (ook motoren) wordt schouderophalend gedegradeerd tot rijdende obstakels. Ik moet me inhouden om niet iedere keer weer de handschoen op te pakken. Het zweet druppelt inmiddels langs mijn voorhoofd in m’n ogen en met m’n linkerhand wil ik het vizier ietsjes openzetten. Op het moment dat ik dat doe, verslapt mijn aandacht een fractie van een seconde. Ik geef per ongeluk één streepje meer gas en dan is het bijna gebeurd…………………. Door de nogal felle aan/uit-reactie van de elektronische Keihin injectie en de sprong voorwaarts die de Duke dientengevolge maakt slaat het stuur bijna uit m’n handen. Ik moet al mijn reflexen aanspreken en met meer geluk dan wijsheid kan ik ternauwernood voorkomen dat het voorwiel de stoeprand raakt. Er zal geen centimetertje tussen hebben gezeten want ik voel hoe de voorband even de goot inloopt. POEHHHH, het angstzweet druppelt in m’n bilnaad. Een adrenaline-shotje zo nu en dan is leuk maar een complete hartverzakking... nee, daar pas ik voor. Gelukkig stond hij pas in de 2e versnelling en was de snelheid relatief laag anders dan was ik geheid de pisang geweest. En degene die nu denkt dat er in de 3e of 4e versnelling niets aan de hand zou zijn geweest kan ik uit de droom helpen: ook in die versnellingen is dit ding zo explosief! 
ZZ Top
Ik besluit de hoofdweg weer op te zoeken en even richting binnenstad te rijden. Relaxed doorkruis ik aldoende een rustige buitenwijk. Een stukje verderop loopt een stel welgevormde bruine benen op stiletto’s een Collie uit te laten. Wowww... die zit vast regelmatig in de sportschool want bij iedere stap zijn haar kuitspieren duidelijk zichtbaar. Haar lange blonde haren en weinig verhullend zomerjurkje zorgen ervoor dat mijn hartslag zich probeert te synchroniseren met het toerental van de Duke. Fragmenten van video-clips van ZZ Top spoken door mijn hoofd. Opeens schiet me te binnen dat ik nog wat piccies moet maken en ik overleg met mijn geweten of ik ‘Legs’ zal vragen of ze geen zin heeft om te figureren Ik geniet nog even van het uitzicht en laat de Duke langzaam verder rollen. De Babe heeft inmiddels al een paar keer over haar schouders gekeken en dat geeft me de geruststelling dat ik niet nog eens een eerder gemaakte fout bega. Dit is niet de plek om daar dieper op in te gaan, maar het komt erop neer dat ik in het verleden wel al eens uitbundig getoeterd heb op een, van achteren gezien, perfect figuurtje. Toen de dame in kwestie zich echter blij verrast omdraaide, moest ik constateren dat ze de moeder van mijn oma had kunnen zijn Aaaaaaaaaaaaaaaaiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiii ii... en dat zijn pijnlijke momenten...
Ik raap mijn moed bij elkaar en stuur in de richting van het hondje. De Babe kijkt een beetje verschrikt op als ze mij ziet naderen. Ik probeer de situatie snel opnieuw in te schatten. SHIT!!! Zij ziet natuurlijk een in het zwart geklede Biker op zich afkomen en het geluid dat de Duke maakt is ook niet bepaald poeslief. Ik klap mijn vizier omhoog en lach vriendelijk naar haar om de situatie te redden. Helaas heeft dit een averechts effect. Met versnelde pas loopt ‘Miss ZZ Top’ nu met haar keffertje een soort veldweg op. Verbaasd check ik effe in het achteruitkijkspiegeltje of er soms een stukje spinazie tussen m’n voortanden zit. Nope, stralend wit en de rest ziet er ook om op te vreten uit, all as usual dus. Hhhmmm... rare meid. Ik claxonneer een paar keer om haar aandacht te trekken maar ietwat arrogant loopt de schoonheid, zonder op of om te kijken ditmaal, door. Tsja, dit soort dames is er natuurlijk aan gewend dat er veelvuldig op ze wordt getoeterd…
Pruttel, pruttel...?
Enigszins teleurgesteld wil ik verder rijden maar wat is dit? De Duke begint zowaar te protesteren. Hij pruttelt en bokt en hortend en stotend gaat het schoksgewijs vooruit. Ik trek de koppeling in en geef een paar keer flink gas. Het zwarte naaldje schiet over de oranje wijzerplaat. De Duke lijkt zich te herstellen maar op het moment dat ik de koppeling weer laat opkomen begint het gedonder opnieuw. Zou ie nu niet bij dat meissie weg willen of heeft ie gewoon kuren? Opeens slaat de motor af. Oh oh, stront aan de knikker... Ik probeer opnieuw te starten en het LC8-blok komt weer tot leven, gelukkig. Als ik wil wegrijden gooit ie echter weer de handdoek in de ring. K*T!!! Opeens heb ik een helder moment, Er zal toch zeker nog wel genoeg benzine in het 15 liter tankje zitten? Mijn linkerhand grijpt onder de tank met de bedoeling het benzinekraantje in de reservestand te zetten. Ik voel van alles maar geen benzinekraantje. Een beetje geïrriteerd stap ik af om op zoek te gaan naar het vervloekte onderdeel. Ik zak door m’n knieën en terwijl mijn ogen speuren valt het 10-eurocent stukje in m’n bovenkamer. Dit is een inspuiter en inspuiters hebben geen benzinekraantje! Ik trek de tankdop open en loer naar binnen. Godverdegodver... ik zie hoe de 3 laatste druppeltjes van het kostbare vocht zielig en verlaten op de bodem van de tank liggen. Ook dat nog. Ik baal stevig omdat ik toch echt geen indicatielampje heb zien branden.
M’n mobieltje gaat aan m’n oor en ik vertel Eddy wat er aan de hand is. No prob, gelukkig weet hij de straat, waarin ik stilsta, te liggen. “Ooh, maar da’s vlakbij, ik kom wel effe langs met een jerrycannetje”. Dat ‘effe’ een relatief begrip blijkt in het motorwereldje leer ik 40 minuten later... Zittend op de stoeprand zie ik Eddy aankomen. Rustig stapt hij uit z’n massief ogende vierwieler. Een 20-liter jerrycan wordt uit de auto getild. Het benzinetankje wordt halfvol gegooid en de Duke vertoond weer de begeerde levenstekens. Ik wil nog geen afscheid nemen van m’n oranje metgezel en vraag Eddy of het goed is als ik nog even een ‘rondje om de kerk draai’ en nog wat foto’s maak. Een begrijpend knikje. “Ga rustig je gang jonge”, “ik zie je wel komen”. Z’n deur slaat dicht en het donkere gevaarte verdwijnt in de verte.

Mooie vormen
Op een uitgestorven speelweide wordt de Duke geparkeerd. Een oranje Bike tegen een groene achtergrond is een mooi contrast. Terwijl ik de hoekige lijnen in me opneem raak ik meer en meer betovert door deze Bike. Hij is werkelijk radicaal in alles. Natuurlijk is mijn mening gekleurd door de dollemansrit van daarnet maar het design is beslist ‘anders dan anders’ en daar houd ik wel van. Alleerst is daar die kleur. Oranje metallic met enkele matzwarte accenten. Het zonlicht weerkaats in alle richtingen op het metallic en alle vormen komen mooi tot uiting. Het staat de Duke voortreffelijk. Normaliter geef ik de voorkeur aan stemmig zwart maar op een Duke is dat toch minder. Ik heb ‘em namelijk onlangs in deze kleur zien staan bij Motorhuis Napoleon en toen deed ie me niet zoveel. Nu vind ik ‘em echt een beauty.
De uit de crosswereld afgekeken plaatsing van de radiateurcovers vind ik een schot in de roos. Enerzijds is het functioneel voor de luchtstroom en anderzijds versterkt de gekozen vorm het optische effect van snelheid. Alle scherp getekende lijnen lopen overigens van de vooras naar het achterlicht waardoor het lijkt alsof dit roofdier puur op snelheid en achtervolging is gebouwd. In het steile oplopen van de tank zie ik ook de gekromde rug van een katachtige terugkomen. Aan de voorzijde vinden we een amper functioneel, maar wel mooi, stuurkuipje dat de wind lijkt te klieven met vooruitgestoken kin. Daarin verwerkt een dubbele koplamp die heel apart is vormgegeven. Bovenop deze unit zit het cockpitje. Altijd in uitbundig orange uitgevoerd en ik ben daar heel eerlijk in: daar moet je van houden. Misschien ben ik wat dit betreft iets te conservatief ingesteld maar geef mij maar witte of zwarte tellers. Naast de goed afleesbare analoge toerenteller zit een multifunctionele digitale unit. Snelheidsmeter, tripmetertje, temperatuur-aanduiding, diverse indicatie-lampjes, alle noodzakelijke info kun je in één oogopslag daarop aflezen. In het niet te versmaden kontje zit het achterlicht mooi ingepakt tussen de 2 dikke uitlaten, beetje jammer alleen van het ‘aangeplakte’ achterspatbordje met kentekenplaathouder en knippers. Zou ik meteen compleet eraf gooien en daarvoor in de plaats een mooie CNC gefreesde kentekenplaathouder met LED-knippers verbouwen. Wordt het kontje compacter en nog een stukje aantrekkelijker door.
In het verlengde van de tank vinden we het zadel en qua vormgeving en zitcomfort mag ook dit onderdeel geslaagd worden genoemd. De zijkappen zitten er eigenlijk alleen maar op om de uitlaten en gepolijste hitteschilden gedeeltelijk te bedekken. Gelukkig worden de uitlaten niet al teveel aan het zicht onttrokken want met de, beslist niet alledaagse, schuin afgezaagde einddempers weet de oostenrijkse constructeur zich verzekerd van weer een design hoogstandje. De zijkappen zijn discreet aanwezig, maar volgen wel mooi de lijnen van het zadel. Diezelfde discretie geldt voor het chroom molybdeen buizenframe. Het is er wel maar je ziet het amper. Pas bij een ‘2e blik’ zie je het frame en zo heeft de fabrikant het ongetwijfeld ook bedoeld. Een rond buizenframe past nu eenmaal niet zo goed bij de, voor de rest wel erg scherp getekende, Duke. Het hoekige aluminium subframe daarentegen past wel weer bij de styling van de Bike en mag om die reden wel opvallen. Helemaal onderaan vinden we de sterwielen en deze zijn erg mooi en slank van vorm (zie je wel dat ze niet perse van Marchesini afkomstig hoeven te zijn om mooi te zijn Zelf zou ik de velgen laten polijsten, maar KTM heeft voor een ietwat decentere kleurstelling gekozen, wat overigens wel goed past bij het metallic/mat spuitwerk. Jammer alleen dat er op dit testmodel een sticker onbrak aan de rechterzijde van de ‘onderkuip’. Zo’n oranje accent maakt het toch wat meer tot 1 geheel.
Het rijwielgedeelte wordt gedomineerd door de edele delen van White Power. Vroeger was menig wedstrijdcrosser al uitgerust met shocks van dit merk. Als je dan ook nog een beetje kon sturen was je verzekerd van een plek in de top. Momenteel komt er veel meer bij kijken wil je voorin mee kunnen draaien. WP heeft niet stilgezeten en dat is duidelijk te merken. Aan de voortrein een machtige Upside Down en de achterbrug heeft ook niet te klagen met de Monoshock suspension. Dit rijwielgedeelte voelt net zo superieur als eentje van Öhlins. Met beide merken ben je goed bediend en het zal enkel van de persoonlijke smaak afhangen waar je voorkeur naar uitgaat. Het enige stukje opbouwende kritiek dat ik zou kunnen spuien over het rijwielgedeelte is dat ze de achterbrug, voor het komende modeljaar, wel ietsjes meer designgehalte mee zouden mogen geven. Onder deze uitbundig getekende KTM oogt ie namelijk wel erg braaf.

En dan is er dat grijs gespoten blok. 120 raspaardjes producerend en meneer Newton is ook in 100-voud aanwezig. De ademhaling wordt door 4 kleppen per cilinder verzorgd en in totaal telt deze brute machine 999 cceetjes. Zet daar tegenover een drooggewicht van 184 kg. en je hebt een combinatie die borg staat voor héél veel lol. Ik vind dat de ontwerpers van dit blok een Oscar moeten krijgen for Best Engine en als we dan toch aan het uitdelen zijn wil ik degenen die verantwoordelijk zijn voor de lijnen van de Duke nomineren for Best Design. Wat een extreme fiets is dit zeg en mijns inziens is ie die dikke dertien-en-een-half-duizend-euro helemaal waard. Helaas komt aan alles een eind en dus ook aan deze testdrive. De KTM wordt richting z’n stal geloodst en ik geniet nog even van de laatste meters.
Conclusie
Voor de laatste keer draai ik stevig aan het gas en met een kleine afscheids-wheelie kom ik de parkeerplaats bij de motorzaak opstuiven. Even het rempedaal aantikken en de Duke schuift op z’n plek. “Hadden ze jou zonder benzine op pad gestuurd?” vraagt een Biker die het tafereeltje geamuseerd vanaf het tuinsetje gadeslaat. Hij staat op en komt in mijn richting. “Yep”, antwoord ik en stap met een beetje tegenzin van de motor. “Hopelijk zit er nu nog wel genoeg voor mij in” zegt de Biker en pakt met beide handen het stuur beet. Hij schudt een beetje heen en weer met de Duke en we horen de benzine klotsen. Gerustgesteld knikt hij naar Eddy die net aan komt lopen. “Ik pak hem mee he Ed” hoor ik hem zeggen en een moment later rijdt de Biker met ‘mijn’ Duke het smalle gangetje in.
Eddy wil weten hoe de rit is bevallen en ik kan niet anders dan enthousiast mijn indrukken met hem delen. Dit is een echte ‘Try before you Die bike!’ Naast de Fun-Factor is er ook nog zoiets als de X-Factor (jaja, ook in ons motorwereldje) en beide zijn overduidelijk aanwezig. Als je in de markt bent voor een fel reagerende extreme Naked, dan moet je beslist deze oostenrijker eens proberen. Neem wel een portie ervaring mee en laat ‘beginners overmoed’ vooral thuis, anders dan smeek je bijkans om problemen. De grenzen liggen bij deze fiets erg ver weg maar door z’n extreem uitdagende karakter ben je snel geneigd om op ‘t scherpst van de snede te gaan rijden. Op je bek gaan is voor alle leeftijdscategorieën even pijnlijk en de kans dat je daarmee wordt geconfronteerd is bij deze Duke zeer wel aanwezig. Het klinkt geheid afgezaagd maar als je niet bij de les blijft gaat deze Bike met jou rijden i.p.v. andersom. Volgens mijn normen is dit een Bike zoals ie hoort te zijn maar vergeet niet om een All-Risks dekking af te sluiten voordat je aan dit avontuur begint.
Met dank aan Eddy Lemmens Motorsport voor het ter beschikking stellen van de Superduke.
 Eindredactie: Warped1(31) Commentaar
|