| Een LRT’er en zijn passie |
| geschreven door Cyberbob | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Tuesday 17 July 2007 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
![]() Suzuki T 250 Nog niet zolang geleden hebben we met z’n allen kunnen genieten van Drifter’s techniek topic: ”gestart....Suzuki T 250 wedergeboorte”. Met meer dan 24.000 hits een absolute topper onder de LRT topics. Welke LRT’(st)er kent de wedergeboorte van de T 250 dan ook niet. Aanvankelijk niet meer dan een troosteloos hoopje bijeengeraapt ‘motorspul’ dat achteloos in een kofferbak en werkplaats leek te zijn neergekwakt. Een kaal grijs frame. Losse velgranden waar geen spaak meer inzat. Een losse blauwe tank en een vettig motorblok. Persoonlijk had ik er op dat moment nog geen schakelpookrubbertje om willen verwedden dat het ooit nog goed zou komen met deze hoop onderdelen.
Trouw en nauwgezet werden de bezoekers echter geupdate over de vorderingen en de tegenslagen die Drifter tegenkwam. Keer op keer kwam er een fase waarvan menigeen gedacht moet hebben: en nu gaat ie het opgeven. Had ie het blokkie net weer in elkaar gesleuteld moest de hele handel weer uit mekaar. En zo bleef het maar doorgaan. Maar niks hoor. Opgeven kwam niet voor in het vocabulaire van deze motormonteur in opleiding. Volharding en doorzettingsvermogen waren kenmerkend voor het topic en met stijgende verbazing kon worden gevolgd hoe de eens zo trotse T 250 stukje bij beetje weer haar oude glorie terugkreeg.
![]() Wat is ze mooi geworden... Het begin We schrijven 1990 als de wil om te sleutelen uitmondt in een eerste sleutelprojekt: een Voskhod 175. Na hier een beetje ervaring mee op te hebben gedaan was het tijd voor een ietwat grotere uitdaging en dat werd een Ural/Dnepr MT11 zijspancombinatie. Drifter schafte deze combinatie in 1993 splinternieuw aan via een transportbedrijf. Toen ik Drifter hoorde vertellen dat het hier een splinternieuwe motor betrof dacht ik: hoe kan een nieuwe motor nu als sleutelobject dienen? Drifter ziet m’n verbaasde blik en glimlachend vertelt hij: “in die jaren was afleverkwaliteit een vreemd woord voor het russische Ural/Dnepr. Zeker als een motor via het kanaal van het betreffende transportbedrijf werd betrokken, want dat was pas echt pisbakkenstaalkwaliteit. Iedere nieuwe motor die werd afgeleverd moest door de klanten zelf helemaal nagekeken worden alvorens er überhaupt mee gereden kon worden. En dan bedoel ik niet het natrekken van wat boutjes en moertjes maar als koper diende je rekening te houden met eventuele complete demontage van het motorblok en het honen en polijsten van cylinders, zuigers etc. etc.” Het was dus echt huilen met de lamp uit wat je in die tijd kreeg voorgeschoteld voor je centen. “Tot overmaat van ramp bleek dat ten tijde van de aanschaf van mijn combinatie, in oktober 1993, de type-goedkeuring was verlopen. Dat betekende dat de motor opnieuw gekeurd diende te worden en dat ze moest voldoen aan de nieuwe, strengere geluidseisen van 1994. Om daaraan te kunnen voldoen moest het volgende worden versleuteld:
Door alle poespas en door een (hoe kan het ook anders) vertraging in de type-goedkeuring kreeg ik pas in augustus 1994 mijn kenteken! Zoals je ziet, de kopers moesten derhalve noodgedwongen wel in de techniek duiken, tenminste als ze ooit van plan waren om hun pas verworven aanschaf het asfalt op te sturen”. Het was gedurende deze periode dat Drifter voor het eerst begon te denken aan een gerichte motoropleiding. Een gedachte waaraan pas vele jaren later gestalte zou worden gegeven.
![]() Sfeerplaatje van toen Het verhaal achter de Suzuki T 250 Tijdens de restauratie van de GN 250 kwam het vaker voor dat er een heuse speurtocht op touw moest worden gezet om een bepaald ontbrekend of defect onderdeel te kunnen bemachtigen. Per toeval kwam Drifter toen de advertentie van de Suzuki T 250 tegen. Zijn interesse was gewekt en na wat email-verkeer met de eigenaar werden Drifter enkele foto’s toegestuurd. Enkele dozen vol met losse onderdelen, een troosteloze aanblik. Toen zijn ietwat teleurgestelde ogen echter het blauwe tankje tegen het bevallige lijfje liepen was het liefde op het eerste gezicht. Deze beauty moest weer schitteren als ooit tevoren. Al snel kwam de eerste domper op de feestvreugde, de eigenaar woonde namelijk in Spijkenisse. Niet bepaald naast de deur en dat zou een hoop gereis en geregel betekenen. En dat voor een mooie tank en een paar dozen met losse onderdelen. Tsja, wat is dan wijsheid. Na nachtenlang piekeren en woelen in bed was Drifter eruit. Hij zou het project voorbij laten gaan en afzien van de T 250. De volgende ochtend nam het verloop van het verhaaltje echter een onverwachte wending. De eigenaar van de T 250 kwam toevallig naar een camping in Valkenburg en bood aan om de hele handel dan, geheel vrijblijvend, ter bezichtiging mee te nemen. Drifter stemde meteen in. Zo kon ie immers risicoloos en dicht bij huis een kijkje nemen naar het spullebul. Mocht het dan bevallen dan waren die paar kilometer tot Amby pijnloos te overbruggen. Drifter vertelt: op het afgesproken tijdstip meldde ik me dus vóór de slagboom op die camping in Valkenburg. Aanvankelijk is die verkoper in geen velden of wegen te bekennen. Na lang wachten komt een morsig type met een kale kop, dresscode campingtux, op me af. Handen in z’n joggingbroek en met een 2 maatjes te krap t-shirt rondom het lijf gespannen. “Kwam jij voor die motor?” “Ja, dat klopt”. Zonder verder wat te zeggen loopt de man met een brandende peuk achter z’n oor het slagboomhuisje binnen. De slagboom verheft zich en terwijl hij weer langs me loopt bromt hij: “kom maar mee”. Ik rijd die kerel dus achterna over de halve camping en bij z’n tent aangekomen wijst hij achteloos op een paar volgestopte dozen. Nou, wat daar inzat kwam in de verste verte niet overeen met datgene wat hij me via de toegestuurde foto’s had laten zien. Zo was het voor mij belangrijkste onderdeel, de tank, in een veel slechtere staat dan dat de foto’s me hadden willen doen geloven. Blij dat ik niet voor niks dat hele end naar Spijkenisse was getuft, om dit bijeengeraapt zootje te mogen aanschouwen, wil ik de koop laten afketsen. Het morsige type doet me daarop echter een aanbod dat ik niet af kàn slaan. Ik ga toch maar accoord maar als ik het spul heb ingeladen en naar de papieren van de motor vraag krijg ik een tweede domper te verwerken. “Ooh, de papieren?” “Die heb ik niet bij me omdat jij toch gezegd had dat je die niet erbij hoefde te hebben?” Op dat moment kan ik wel door het campinggras zakken, al die moeite nog voor niks gedaan. Wie koopt nu immers een motor zonder papieren? “Maar als je wilt kan ik je de papieren wel toesturen hoor, die heb ik gewoon thuis liggen.” Op het allerlaatste moment lijkt het toch nog allemaal goed te komen en met enigszins gemengde gevoelens rijd ik het kampeerterrein weer af. Enkele dagen daarna vielen de papieren, tegen verwachting in, alsnog keurig netjes bij mij in de bus. Het project kon beginnen. Nou, het verloop van dat project kennen we allemaal. Drifters restauratie topic houdt vele LRT(st)’ers en vele bezoekers van onze site meer dan een jaar lang aan het computerscherm gekluisterd. Klus na klus wordt aangepakt en als de spreekwoordelijke Fenix herrijst de T 250 uit haar as. Uit de ogenschijnlijk hopeloze berg oud ijzer is weer een mooie motorfiets ontstaan. De trots van Drifter en inmiddels weer tot begerenswaardig object verheven.
Wat zijn eigenlijk je plannen met de T 250? “Hahaha, dat is een goeie vraag. Ik heb heel veel uren in die motor gestoken. Vrijwel alles is uit mekaar geweest en gerestaureerd. De cylindertjes zijn uitgehoond en er zitten overmaat zuigertjes in. Ik verwacht dat ze er nu zo’n 38 pk uitgooit. Eigenlijk ben ik nu dik tevreden met de motor en ik denk dat ik haar voor mezelf ga houden. Zeker na die rit van gisteren toen ik die fotosessie met Jas gedaan heb. Eerst had ik even een stress-momentje omdat ze niet direct wilde starten (zul je altijd zien, uitgerekend op zo’n moment) maar daarna liep ze zooo mooi, zooo puur, gewoonweg om verliefd op te worden. Geweldige rit overigens, we hebben onderweg heel wat afgelachen met z’n tweetjes. Jammer dat we de plannen op zo’n korte termijn moesten wijzigen, was natuurlijk leuker geweest als jij er ook bij had kunnen zijn. Maar bekijk de foto’s maar, die laten je iets van de sfeer van gisteren proeven”. [Redactie: door onvoorziene omstandigheden moest de fotosessie worden vervroegd, helaas kon Cyberbob daardoor niet bij de rit en sessie aanwezig zijn]. En als nu iemand komt en je een kruiwagen met geld biedt? “Hahahahaha, uiteindelijk is alles te koop natuurlijk. Nou, laten we zeggen dat mocht er iemand voorbij komen die me een bod van boven de 2000 euro zou doen, dan mag ze met hem mee. Kan ik dat geld weer investeren in een nieuw restauratie project”. Je motor-cv is impressive met een duidelijke voorliefde voor Jappen, heb je nog openstaande wensen op motorgebied? “Nou en of. Ik zou nog eens heel erg graag een Ducati Monster 750 of 900 erbij willen hebben. Dat vind ik zulke fantastische motoren. O.K., geen japanse motor in dit geval maar wel mijn absolute droom”. Nou, wie weet, eerst maar es die T 250 slijten dan ben je immers al een eindje op de juiste weg
De techniek van de Suzuki T 250 In de tijd dat de T 250 het levenslicht zag werd ze in de markt gezet als een rasechte supersport machine. Als je de folder van toen leest kun je een glimlach niet onderdrukken. “Licht, wendbaar, een fantastisch rijwielgedeelte en voorzien van een berg pk’s”. “Het beste wat er in deze klasse te koop is”. Heden ten dage ligt de lat ietwat hoger maar dat neemt niet weg dat de T 250 ook vandaag de dag nog haar mannetje kan staan.
![]() A man and his machine Slotwoord Leuk om eens achter de schermen te kunnen kijken bij een LRT’er. Wat beweegt iemand om zich zo intens aan z’n hobby over te kunnen geven? En hoe is dat zo gekomen? Dit gesprekje met Drifter (aka Leonard van Berlo) heeft me ook een blik gegund op de mens achter de techneut. Een sociaal geëngageerd persoon die er is voor z’n gezin en voor z’n medemens. Eerst zaaien en dan oogsten zeggen ze wel eens, dit heeft Leonard goed voor mekaar. Hij heeft de zegen en de vrijheid van z’n gezin gekregen om z’n hobby te beoefenen op de wijze zoals hij dat graag wilt. Daartoe staan hem een mooie werkplaats en meerdere motoren ter beschikking. Zijn technische zieleroerselen kan hij delen op LRT en daarvoor krijgt hij een hoop waardering en bewondering. Leonard, hopelijk kunnen we nog lang van je genieten op LRT. Tot slot nog een woord van dank aan Jas voor de fantastische fotoreportage. Mooi gedaan kerel, met mijn rits-rats-klik-apparaatje kan ik daar natuurlijk never nooit nie aan tippen
Tekst: Cyberbob Fotografie: Jas(36) Commentaar |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| < Vorige | Volgende > |
|---|









Puur inventief vakmanschap waarvan iedereen dacht dat het allang was uitgestorven.











