Navigatie:    Nieuws

Kort LRT Nieuws

Motor Reviews
Nieuw op LRT: Motor reviews! We hebben een nieuw gedeelte op LRT dat gevuld zal gaan worden met motor reviews, het eerste artikel staat inmiddels online! (13) Commentaar
 

Aankomende LRT evenementen

No Events

Advertentie

Een LRT’er en zijn passie
geschreven door Cyberbob   
Tuesday 17 July 2007
Suzuki T 250
Suzuki T 250
Inleiding
 
Nog niet zolang geleden hebben we met z’n allen kunnen genieten van Drifter’s techniek topic: ”gestart....Suzuki T 250 wedergeboorte”. Met meer dan 24.000 hits een absolute topper onder de LRT topics. Welke LRT’(st)er kent de wedergeboorte van de T 250 dan ook niet. Aanvankelijk niet meer dan een troosteloos hoopje bijeengeraapt ‘motorspul’ dat achteloos in een kofferbak en werkplaats leek te zijn neergekwakt. Een kaal grijs frame. Losse velgranden waar geen spaak meer inzat. Een losse blauwe tank en een vettig motorblok. Persoonlijk had ik er op dat moment nog geen schakelpookrubbertje om willen verwedden dat het ooit nog goed zou komen met deze hoop onderdelen.

 

 

Trouw en nauwgezet werden de bezoekers echter geupdate over de vorderingen en de tegenslagen die Drifter tegenkwam. Keer op keer kwam er een fase waarvan menigeen gedacht moet hebben: en nu gaat ie het opgeven. Had ie het blokkie net weer in elkaar gesleuteld moest de hele handel weer uit mekaar. En zo bleef het maar doorgaan. Maar niks hoor. Opgeven kwam niet voor in het vocabulaire van deze motormonteur in opleiding. Volharding en doorzettingsvermogen waren kenmerkend voor het topic en met stijgende verbazing kon worden gevolgd hoe de eens zo trotse T 250 stukje bij beetje weer haar oude glorie terugkreeg.
 
Hieronder volgt een nadere kennismaking met deze bijzondere LRT’er en zijn passie.

 
Motorparts1
Motorparts1
 
Motorparts2
Motorparts2
 
Motorparts3
Motorparts3


De eerste ontmoeting
 
Twee…, vier…, zes…, de weg loopt dood. Ik weet zeker dat ik in de juiste straat zit. Een blik op m’n Post-It op de middenconsole. Daar staat toch echt nummertje 22 op. Langzaam rijd ik achteruit tot aan het begin van de straat. Nummer 22 blijkt nooit te zijn gebouwd. Ik pak m’n Razr erbij. Daar staat ie: Drifter. M’n mobieltje zoekt contact. “Hallo, met Leonard” klinkt het aan de andere kant van de lijn. “Je moet toch echt bij nummero 6 zijn, hoe kom je erbij dat ik op 22 woon?” “Wacht ik kom wel naar buiten”. Als ik weer aankom bij het bewuste huisnummer staat Drifter me al op te wachten op de oprit. Met uitgestoken hand komt hij op me af. “Hey Cyberbob, leuk”. We zien elkaar voor het eerst maar de begroeting is meteen hartelijk.
 
Eenmaal binnen aangekomen moet ik met m’n ogen knijpen. Door een reusachtige halfronde glazen pui komt een waterval van licht de woonkamer binnen. Boven ons bevindt zich een metershoog plafond wat het ruimtelijke effect van de, toch al niet krap bemeten, kamer nog eens onderstreept. Diverse gevulde boekenplanken. Smaakvolle inrichting. Mooi stulpje.
 
“Kom, dan gaan we lekker buiten zitten” nodigt Drifter uit. Door een opening in de glazen pui komen we in een verzorgde tuin terecht. Een houten tuinset nodigt uit. “Wat drink je” hoor ik Drifter roepen terwijl hij alweer naar binnen is gelopen. “Ooh, doe maar iets makkelijks, iets fris ofzo”. Ik neem alvast plaats in een tuinstoel en geniet van de verzorgde aanblik van de tuin. Zo te zien vloeit bij Drifter niet alleen benzine door de aderen maar heeft ie ook nog eens groene vingers.
 
Er wordt een stoel bijgeschoven en Drifter ploft naast me neer. Ik heb mijn schrijfblok in de aanslag. Hij neemt een slok en begint te vertellen. Over hoe het huis werd gebouwd, over zijn motor-omzwervingen door donker Afrika, over z’n diepgewortelde passie voor motoren, over het organiseren van een treffen voor de Ural/Dnepr Club Nederland en dat z’n toentertijd 5 maanden oude dochterje in de zijspancombinatie werd meegetroond, over zijn vermeende gestolen ‘zwarte’ Yamaha XV920 (die achteraf gezien toch rood bleek te zijn), over z’n monteursopleiding etc. etc. etc. Het gesprek loopt als vanzelf en het is net alsof we elkaar al jarenlang kennen. Over een klik tussen LRT’ers gesproken. 
 

Wat is ze mooi geworden...
Wat is ze mooi geworden...

 
Het begin
 
We schrijven 1990 als de wil om te sleutelen uitmondt in een eerste sleutelprojekt: een Voskhod 175. Na hier een beetje ervaring mee op te hebben gedaan was het tijd voor een ietwat grotere uitdaging en dat werd een Ural/Dnepr MT11 zijspancombinatie. Drifter schafte deze combinatie in 1993 splinternieuw aan via een transportbedrijf. Toen ik Drifter hoorde vertellen dat het hier een splinternieuwe motor betrof dacht ik: hoe kan een nieuwe motor nu als sleutelobject dienen? Drifter ziet m’n verbaasde blik en glimlachend vertelt hij: “in die jaren was afleverkwaliteit een vreemd woord voor het russische Ural/Dnepr. Zeker als een motor via het kanaal van het betreffende transportbedrijf  werd betrokken, want dat was pas echt pisbakkenstaalkwaliteit. Iedere nieuwe motor die werd afgeleverd moest door de klanten zelf helemaal nagekeken worden alvorens er überhaupt mee gereden kon worden. En dan bedoel ik niet het natrekken van wat boutjes en moertjes maar als koper diende je rekening te houden met eventuele complete demontage van het motorblok en het honen en polijsten van cylinders, zuigers etc. etc.” Het was dus echt huilen met de lamp uit wat je in die tijd kreeg voorgeschoteld voor je centen.
 
“Tot overmaat van ramp bleek dat ten tijde van de aanschaf van mijn combinatie, in oktober 1993,  de type-goedkeuring was verlopen. Dat betekende dat de motor opnieuw gekeurd diende te worden en dat ze moest voldoen aan de nieuwe, strengere geluidseisen van 1994. Om daaraan te kunnen voldoen moest het volgende worden versleuteld:

  • andere carburateurs
  • andere uitlaten
  • ander luchtfilterhuis
  • andere claxon
  • i.p.v. het metalen tandwiel moest er een kunststof exemplaar op de dynamo komen
  • het rempedaal moest i.v.m. de veiligheid omlaag worden gebogen

Door alle poespas en door een (hoe kan het ook anders) vertraging in de type-goedkeuring kreeg ik pas in augustus 1994 mijn kenteken! Zoals je ziet, de kopers moesten derhalve noodgedwongen wel in de techniek duiken, tenminste als ze ooit van plan waren om hun pas verworven aanschaf het asfalt op te sturen”. Het was gedurende deze periode dat Drifter voor het eerst begon te denken aan een gerichte motoropleiding. Een gedachte waaraan pas vele jaren later gestalte zou worden gegeven. 

 
Hiermee is het allemaal begonnen
Hiermee is het allemaal begonnen
 
250 trotse ceeceetjes
250 trotse ceeceetjes
 
Stoere tellerpartij
Stoere tellerpartij


Afrika
 
De genetisch bepaalde avontuurlijke geest van Drifter liet hem al eens rondzwerven op het continent dat wordt aangeduid met donker Afrika. Tijdens zijn bezoek deed hij onvergetelijke indrukken op maar eentje daarvan raakte zijn techneutenziel. Ook in Afrika wil men mobiel zijn maar een auto of motor loopt nu eenmaal wel eens stuk. Als je dan ergens middenin de jungle of in een woestenij zit dan kan het knap lastig zijn om aan de benodigde onderdelen te komen of überhaupt aan het benodigde geld daarvoor. Geen probleem voor de onvermoeibaar creatieve geest van de afrikaanse monteurs. Defecte onderdelen die economisch gezien al heel lang en heel breed zouden zijn afgeschreven worden met engelengeduld gerepareerd en datgene wat helemaal niet meer te repareren valt wordt eenvoudigweg zelf gemaakt! Ooit al eens iemand een carterpan uit een stuk oud olievat zien kloppen bijvoorbeeld? Compleet met de hand? Of uitlaatbochtjes die worden gerepareerd met opengeknipte blikjes Cola Light (een techniek die Drifter jaren later ook nog eens zou toepassen)    Puur inventief vakmanschap waarvan iedereen dacht dat het allang was uitgestorven.
 
Daarnaast is de bevolking supervriendelijk en geven ze je nog hun laatste korreltje rijst. Als ze je kunnen helpen dan doen ze dat en dat is dan dat. Tegenprestatie niet nodig. Dit alles maakte zo’n indruk op Drifter dat hij besloot om ooit eens iets te doen voor de bevolking aldaar. Althans voorzover dat binnen  zijn mogelijkheden lag. Deze gelegenheid deed zich ergens halverwege vorig jaar voor toen zijn eerste echte restauratie-project Reanimatie Suzuki GN 250 was voltooid en hij niet zo gauw wist waarheen met het eindresultaat. Aanvankelijk werd aan verkopen gedacht maar dit zou maar weinig voldoening opleveren. Op een gegeven moment, tijdens een ritje naar z’n werk, zweefde het ontbrekende puzzelstukje zijn immer actieve en creatieve brein binnen: de Suzuki moest naar Gambia (Help mee; de Suzuki wil naar Afrika!) en dat alles zou bekostigd moeten worden door LRT en eventueel nog wat andere donateurs. Het verloop van die gouden gedachte kennen we allemaal. Er werd van alle kanten bijgelegd en na veel geregel en veel geduld belandde de GN 250 uiteindelijk in Afrika. Niet alleen gouden handjes die Drifter maar ook een gouden hart...

 

Sfeerplaatje van toen
Sfeerplaatje van toen

  
Het verhaal achter de Suzuki T 250
 
Tijdens de restauratie van de GN 250 kwam het vaker voor dat er een heuse speurtocht op touw moest worden gezet om een bepaald ontbrekend of defect onderdeel te kunnen bemachtigen. Per toeval kwam Drifter toen de advertentie van de Suzuki T 250 tegen. Zijn interesse was gewekt en na wat email-verkeer met de eigenaar werden Drifter enkele foto’s toegestuurd. Enkele dozen vol met losse onderdelen, een troosteloze aanblik. Toen zijn ietwat teleurgestelde ogen echter het blauwe tankje tegen het bevallige lijfje liepen was het liefde op het eerste gezicht. Deze beauty moest weer schitteren als ooit tevoren.
 
Al snel kwam de eerste domper op de feestvreugde, de eigenaar woonde namelijk in Spijkenisse. Niet bepaald naast de deur en dat zou een hoop gereis en geregel betekenen. En dat voor een mooie tank en een paar dozen met losse onderdelen. Tsja, wat is dan wijsheid. Na nachtenlang piekeren en woelen in bed was Drifter eruit. Hij zou het project voorbij laten gaan en afzien van de T 250.
 
De volgende ochtend nam het verloop van het verhaaltje echter een onverwachte wending. De eigenaar van de T 250 kwam toevallig naar een camping in Valkenburg en bood aan om de hele handel dan, geheel vrijblijvend, ter bezichtiging mee te nemen. Drifter stemde meteen in. Zo kon ie immers risicoloos en dicht bij huis een kijkje nemen naar het spullebul. Mocht het dan bevallen dan waren die paar kilometer tot Amby pijnloos te overbruggen.
 
Drifter vertelt: op het afgesproken tijdstip meldde ik me dus vóór de slagboom op die camping in Valkenburg. Aanvankelijk is die verkoper in geen velden of wegen te bekennen. Na lang wachten komt een morsig type met een kale kop, dresscode campingtux, op me af. Handen in z’n joggingbroek en met een 2 maatjes te krap t-shirt rondom het lijf gespannen. “Kwam jij voor die motor?” “Ja, dat klopt”. Zonder verder wat te zeggen loopt de man met een brandende peuk achter z’n oor het slagboomhuisje binnen. De slagboom verheft zich en terwijl hij weer langs me loopt bromt hij: “kom maar mee”. Ik rijd die kerel dus achterna over de halve camping en bij z’n tent aangekomen wijst hij achteloos op een paar volgestopte dozen. Nou, wat daar inzat kwam in de verste verte niet overeen met datgene wat hij me via de toegestuurde foto’s had laten zien. Zo was het voor mij belangrijkste onderdeel, de tank, in een veel slechtere staat dan dat de foto’s me hadden willen doen geloven. Blij dat ik niet voor niks dat hele end naar Spijkenisse was getuft, om dit bijeengeraapt zootje te mogen aanschouwen, wil ik de koop laten afketsen. Het morsige type doet me daarop echter een aanbod dat ik niet af kàn slaan. Ik ga toch maar accoord maar als ik het spul heb ingeladen en naar de papieren van de motor vraag krijg ik een tweede domper te verwerken. “Ooh, de papieren?” “Die heb ik niet bij me omdat jij toch gezegd had dat je die niet erbij hoefde te hebben?” Op dat moment kan ik wel door het campinggras zakken, al die moeite nog voor niks gedaan. Wie koopt nu immers een motor zonder papieren? “Maar als je wilt kan ik je de papieren wel toesturen hoor, die heb ik gewoon thuis liggen.” Op het allerlaatste moment lijkt het toch nog allemaal goed te komen en met enigszins gemengde gevoelens rijd ik het kampeerterrein weer af. Enkele dagen daarna vielen de papieren, tegen verwachting in,  alsnog keurig netjes bij mij in de bus. Het project kon beginnen.
 
Nou, het verloop van dat project kennen we allemaal. Drifters restauratie topic houdt vele LRT(st)’ers en vele bezoekers van onze site meer dan een jaar lang aan het computerscherm gekluisterd. Klus na klus wordt aangepakt en als de spreekwoordelijke Fenix herrijst de T 250 uit haar as. Uit de ogenschijnlijk hopeloze berg oud ijzer is weer een mooie motorfiets ontstaan. De trots van Drifter en inmiddels weer tot begerenswaardig object verheven. 

 
VRRRROAAAAAPPPPP..........
VRRRROAAAAAPPPPP..........
 
Renggggdengdengdengdengdeng en voorbij is ze
Renggggdengdengdengdengdeng en voorbij is ze


 
Nog enkele vraagjes
 
Wat waren eigenlijk je beweegredenen en motivatie om LRT mee te laten genieten van de restauratie? “Nou kijk, de wisselwerking op LRT vind ik fantastisch. Ik deel iets met gelijkgezinden en zij reageren daarop. Bij iedere stap van de restauratie kreeg ik wel wat tips of feedback en dat maakt het extra leuk voor mij. Ook let ik heel erg op de kleine details en ook daarin word ik gevolgd en gesteund door de LRT populatie. Op mijn opleiding werd overigens ook erg enthousiast gereageerd toen ik met de T 250 aan kwam zetten. Blijkt dat de T 20 (de voorloper van de T 250) en later de T 250 zelf veel door onze vaderlandse coureurs gebruikt werd om op te (leren) racen! Dus ook in de racerij heeft de T 250 een belangrijke rol gespeeld”.
 
“Kijk, ik zit al heel lang niet meer voor de televisie maar ik besteed mijn tijd veel liever aan het sleutelen en aan het schrijven van de daarbij behorende beeldverslagen. Dat geeft mij immens veel meer voldoening. Uiteraard volg ik ook de andere topics en regelmatig reageer ik daar ook in. Ik ben wel blij dat het T 250 project is afgesloten. Dat was echt een giga-klus omdat de motor from scratch bij mekaar moest worden gesprokkeld en weer worden opgebouwd. Mijn nieuwste projectje, de Suzuki GSX 400, is wat dat betreft gelukkig een stuk gemakkelijker”.
 
Hoe zat het eigenlijk met je sleutelkunsten voordat je je opleiding tot motormonteur had afgerond? “Nou, in het verleden had ik wel al es voorzichtig wat gesleuteld. De simpele dingen kon ik al snel zelf zoals olie verversen, bougies vervangen en kleppen stellen. Nu ik de opleiding voltooid heb kan ik toch wel aanzienlijk meer moet ik zeggen. Maar ik zeg maar altijd zo: slagen is 1 ding, nu moet ik het nog in de praktijk gaan leren”. Wijze woorden van een bescheiden man...

 
Chicane veraf
Chicane veraf
 
Chicane dichtbij
Chicane dichtbij

 
Wat zijn eigenlijk je plannen met de T 250? “Hahaha, dat is een goeie vraag. Ik heb heel veel uren in die motor gestoken. Vrijwel alles is uit mekaar geweest en gerestaureerd. De cylindertjes zijn uitgehoond en er zitten overmaat zuigertjes in. Ik verwacht dat ze er nu zo’n 38 pk uitgooit. Eigenlijk ben ik nu dik tevreden met de motor en ik denk dat ik haar voor mezelf ga houden. Zeker na die rit van gisteren toen ik die fotosessie met Jas gedaan heb. Eerst had ik even een stress-momentje omdat ze niet direct wilde starten (zul je altijd zien, uitgerekend op zo’n moment) maar daarna liep ze zooo mooi, zooo puur, gewoonweg om verliefd op te worden. Geweldige rit overigens, we hebben onderweg heel wat afgelachen met z’n tweetjes. Jammer dat we de plannen op zo’n korte termijn moesten wijzigen, was natuurlijk leuker geweest als jij er ook bij had kunnen zijn. Maar bekijk de foto’s maar, die laten je iets van de sfeer van gisteren proeven”. [Redactie: door onvoorziene omstandigheden moest de fotosessie worden vervroegd, helaas kon Cyberbob daardoor niet bij de rit en sessie aanwezig zijn].
 
En als nu iemand komt en je een  kruiwagen met geld biedt? “Hahahahaha, uiteindelijk is alles te koop natuurlijk. Nou, laten we zeggen dat mocht er iemand voorbij komen die me een bod van boven de 2000 euro zou doen, dan mag ze met hem mee. Kan ik dat geld weer investeren in een nieuw restauratie project”.
 
Je motor-cv is impressive met een duidelijke  voorliefde voor Jappen, heb je nog openstaande wensen op motorgebied? “Nou en of. Ik zou nog eens heel erg graag een Ducati Monster 750 of 900 erbij willen hebben. Dat vind ik zulke fantastische motoren. O.K., geen japanse motor in dit geval maar wel mijn absolute droom”. Nou, wie weet, eerst maar es die T 250 slijten dan ben je immers al een eindje op de juiste weg   


Wat heb je eigenlijk met de kleur rood? “Om te beginnen ben ik rood/groen kleurenblind. Dat wil overigens niet zeggen dat ik beide kleuren niet kan zien of zo, maar als er bijvoorbeeld een rode kers middenin een groene haag hangt dan heb ik moeite om die kers te zien. Enkel aan de kleurintensiteit te danken kan ik die kers dan ontdekken. Neemt niet weg dat mijn favoriete kleur rood is. In totaal heb ik 18 motoren gehad waarvan 11 rode, hahahahaha”. 

 
De T 250 in haar element
De T 250 in haar element
 
Speed demon
Speed demon

 
De techniek van de Suzuki T 250
 
In de tijd dat de T 250 het levenslicht zag werd ze in de markt gezet als een rasechte supersport machine. Als je de folder van toen leest kun je een glimlach niet onderdrukken. “Licht, wendbaar, een fantastisch rijwielgedeelte en voorzien van een berg pk’s”. “Het beste wat er in deze klasse te koop is”. Heden ten dage ligt de lat ietwat hoger maar dat neemt niet weg dat de T 250 ook vandaag de dag nog haar mannetje kan staan.
 

 Bouwjaar: 1970
 Max. Snelheid:   152-160 km/u
 Motor:  2 cylinder 2-takt motor
 Cylinderinhoud: 247 cc.
 Boring x slag: 54 x 54 mm.
 Aantal versnellingen: 6
 Max. Vermogen:   33 pk. (maar na het uithonen +/- 38 pk)
 Inhoud benzinetank:  12 liter
 Bandenmaat voor: 3.00-18 4 PR
 Bandenmaat achter: 3.25-18 4 PR
 Gewicht: 145 kg.
 Nieuwprijs:  FL.3.092,- (in 1972)

 

A man and his machine
A man and his machine

 
Slotwoord
 
Leuk om eens achter de schermen te kunnen kijken bij een LRT’er. Wat beweegt iemand om zich zo intens aan z’n hobby over te kunnen geven? En hoe is dat zo gekomen? Dit gesprekje met Drifter (aka Leonard van Berlo) heeft me ook een blik gegund op de mens achter de techneut. Een sociaal geëngageerd persoon die er is voor z’n gezin en voor z’n medemens. Eerst zaaien en dan oogsten zeggen ze wel eens, dit heeft Leonard goed voor mekaar. Hij heeft de zegen en de vrijheid van z’n gezin gekregen om z’n hobby te beoefenen op de wijze zoals hij dat graag wilt. Daartoe staan hem een mooie werkplaats en meerdere motoren ter beschikking. Zijn technische zieleroerselen kan hij delen op LRT en daarvoor krijgt hij een hoop waardering en bewondering. Leonard, hopelijk kunnen we nog lang van je genieten op LRT. 

Tot slot nog een woord van dank aan Jas voor de fantastische fotoreportage. Mooi gedaan kerel, met mijn rits-rats-klik-apparaatje kan ik daar natuurlijk never nooit nie aan tippen 
 

 

Tekst: Cyberbob

Fotografie: Jas(36) Commentaar

 
< Vorige   Volgende >

Advertenties

Syndicate